De vraag van Brecht is een economisch vraagstuk, dus moeten we dat oplossen met de regels van de economie waaraan iedere sector onderhevig is.
1.Ieder bedrijf moet voor zijn aandeelhouders een bepaald percentage van het geïnvesteerde kapitaal opbrengen. Doet het bedrijf dit niet, zullen de aandeelhouders hun kapitaal terugtrekken en investeren in een bedrijf of sector die wel de verwachtte rendabiliteit levert. Dit is een beginsel van ons huidig economisch model.
2. In een duurzaam systeem bevindt de verkoopprijs zich tussen een theoretisch minimum en een maximum. Het minimum is de kostprijs van het goed of dienst (personeel, overhead, investeringen, …) + de return die de aandeelhouder wil voor zijn investering. Wanneer we uren gaan verkopen, zitten we in dit model.
Je kan natuurlijk onder dat minimum gaan, maar dan heb je geen duurzaam model. Per definitie zullen de aandeelhouders dan op termijn hun geld terug willen of je gaat failliet. Zie punt 5.
Het maximum is de volledige waarde die voor de klant gecreëerd wordt. De maximale waarde berekenen kan in principe als volgt: stel een bureau maakt een campagne waardoor de winst op de verkoop van een product met 1000k euro stijgt. De aandeelhouder verwacht bvb. 15% return. Dan blijft er nog 1000k / 1,15 = 870k over, die naar het bureau kan gaan (voor de cijferaars onder ons we berekenen de NPV van de reclameinvestering). Dit is natuurlijk enorm moeilijk om te berekenen, daarom parkeer ik dit probleem even.
Het maximum kan natuurlijk nog groter zijn: wat de gek er voor geeft, zoals Bill Gates met zijn Stones nummer. Maar dat geldt eerder voor kunst dan voor een ambacht als reclame. Bovendien is reclame een investering die zijn geld moet opbrengen, anders hebben we geen duurzaam model.
4. Waar de verkoopprijs zich bevindt tussen het minimum en het maximum hangt af van de vraag en het aanbod. In de huidige omstandigheden is de vraag kleiner dan het aanbod, dus de prijs zakt. Maar er is volgens mij meer aan de hand: creatieven hebben de onbeheersbare drang om hun werk te willen verspreiden - ongeacht of ze hiervoor betaald worden of niet (dat is dan maar het probleem van het management). En dan krijg je het fenomeen dat een campagne onder de prijs verkocht wordt - of anders bekeken - dat de regels van vraag en aanbod omgedraaid worden: de creatief is vragende partij om zijn werk verspreiden. Hoe creatiever het concept, hoe groter de drang/vraag en hoe minder moedige adverteerders de mogelijkheid tot verspreiden aanbieden. De vaststelling van Brecht dat de winnende campagnes niets gekost hebben, past perfect in deze logica.
5. Even terugkomen op het werken onder het theoretische minimum. In ons kapitalistisch model is het gratis creatief werk leveren, een zichzelf vernietigende systeem. Dit ligt heel gevoelig bij bureaus, maar misschien is dit wel de kern van de huidige crisis in de reclame. De aandeelhouder eist nog altijd zijn return, maar de creatieve bureaus leveren werk onder de marktprijs om awards te winnen. Om geen problemen te krijgen met de aandeelhouder gaan de bureaus de gemiste opbrengsten bij andere klanten halen. En zo krijgen we “clients vitrines” en “clients tartines”. Maar in de huidige omstandigheden lopen deze “clients tartines” weg, want ze hebben het gevoel dat ze te veel betalen. Dus blijven de creatieve bureaus zitten met klanten die geen geld opbrengen, de aandeelhouder krijgt zijn verwachtte return niet, dreigt zijn kapitaal terug te trekken en de industrie is in gevaar.
6. De vraagzijde hebben we behandeld (de vraag verkleint en bureaus slagen er in vraag om te zetten in aanbod), maar we hebben ook nog de aanbodzijde. Wanneer een goed of dienst niet verschilt van dat van een concurrent en er zijn voldoende concurrenten, zitten we aan de minimum verkoopprijs. De maximum verkoopprijs halen we enkel in een monopoliesituatie. Gezien er voldoende reclamebureaus zijn, is een monopoliesituatie alleen te benaderen wanneer het goed of dienst uniek is en moeilijk te kopiëren door concurrenten. Uitgaande van de veronderstelling dat creatieve ideeën de meeste waarde creëren, betekent dit dat het bureau dat de beste mensen kan aantrekken de hoogste prijs kan vragen. En dan zitten we met een catch 22 want de beste mensen worden aangetrokken door een zichzelf vernietigend systeem. Zie punt 5.
Hoe lossen we deze situatie op?
1. Stoppen met onder de prijs te werken in ruil voor awards of de reclamesector rijdt zichzelf in de vernieling. Natuurlijk moet heel de industrie dit tegelijkertijd doen.
2. Resultaatgedreven werken en beloond worden: de gecreëerde waarde (proberen) meten en daarop afgerekend worden. Dit is de meest eerlijke en duurzame manier om met een klant om te gaan.
Het verkoopsucces van een product hangt af van de communicatie, maar ook van kwaliteit van het product, de distributie, de prijs, etc. Uiteraard kan een reclamebureau enkel verantwoordelijk zijn voor zijn stuk van de waarde. Er zijn een aantal marktonderzoekstechnieken om dit te meten. Maar dat meten kost ook veel geld en vaak hebben we te maken met langetermijneffecten. En dat brengt mij bij punt 3 van de oplossing.
3. Een duurzame relatie tussen klant en bureau is belangrijk. We zien een trend naar het shoppen bij bureaus en naar projectmatige samenwerkingen. Dit heeft twee nadelen, één in scope en één in tijd: Wanneer een adverteerder zijn online reclame bij bureau A steekt, zijn advertising bij bureau B en zijn branding bij bureau C, kan de synergie die ontstaat uit geïntegreerde communicatie nooit gerealiseerd worden. Een merk bouwen vraagt ook tijd. Door te shoppen kan een strategische richting niet aangehouden worden en kan de synergie in tijd niet gerealiseerd worden.
Mijn eerste voorstel is om naar een duurzame relatie te streven met klanten, om productie te belonen volgens een kost plus model (kosten + een marge) en om strategie en creatie te belonen volgens meetbare communicatieobjectieven. Geen salesobjectieven dus, want er zijn veel meer factoren dan communicatie alleen die sales beïnvloeden. Het fundamentele probleem is dat de reclamesector zijn waarde niet kan bewijzen en bijgevolg geen value based pricing model kan hanteren.
Over hoe deze waarde te bepalen, moet ik nog eens wat langer nadenken en een paar innovatieve business modellen bekijken. Ik denk bijvoorbeeld aan het model van Google of aan open source modellen. Deze zijn vaak gebaseerd op auctions en dus per definitie value based in plaats van cost based. Ik laat het je weten zodra ik verder sta.